Webloggers aan de schandpaal?

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Onderstaand stuk is van David Riphagen, die al eerder een log over privacy voor ons schreef. Hij is student Technische Bestuurskunde aan de TU Delft en werkt aan zijn onderzoek “Privacy Harms for Users of Social Network Sites by Making Use of Their Identity Relevant Information’ bij het Electronic Privacy Information Center in Washington DC, USA.

Spokeo (Image: Flickr/MathProg777)

In de Middeleeuwen werden mensen gestraft voor hun immorele gedrag door het publiekelijk bekend maken van wat zij gedaan hadden. Overspel, diefstal of leugens, het werd via de schandpaal of de wandelton bekend gemaakt aan de gehele stad. Openbare schande wordt als een straf gezien, ook in deze tijd. Neem dogpoop girl, een meisje uit Zuid-Korea die weigerde de poep van haar hond in de metro op te ruimen. Ze werd met een telefoon gefotografeerd en de foto met al haar contactgegevens online gezet. Het gevolg was een digitale heksenjacht, die zelfs de Verenigde Staten bereikte.

Hoewel dogpoop girl er niet voor koos haar identiteit online te zetten en een bepaald publiek aan te spreken, zijn er steeds meer mensen die zelf gevoelige en persoonlijke informatie online zetten. In een recent interview vroeg ik aan professor Daniel Solove hoe hij denkt over mensen die dit doen. Hij antwoordde dat dit hem zeer fascineerde en hij denkt dat mensen niet goed begrijpen wat de gevolgen kunnen zijn van informatie online plaatsen.

Wel sex, toch verneukt
Hoe zou jij je voelen als je erachter komt dat jouw date van gisteravond haar hele seksleven online beschrijft? Kijk naar de Washingtoniette, een stagiaire hier op Capitol Hill, die al haar affaires uitgebreid op Blogspot beschrijft. Een voorbeeld dat Solove in zijn boek immoreel noemt, omdat haar partners nooit toestemming hebben gegeven voor publicatie van deze persoonlijke details. De Washingtoniette zelf had echter nooit verwacht dat anderen dan haar vrienden haar weblog zouden lezen. Dit veranderde toen Washingtons grootste roddelblog, de Wonkette, een link naar de weblog op haar site plaatste.

Gevoelige persoonlijke informatie online plaatsen kan je dus schade toebrengen omdat je niet precies weet wat het publiek is dat jouw informatie gaat bekijken. Waarom doen mensen dit dan? Volgens professor Solove hebben mensen niet door wat de context is (ze krijgen geen contextual cues) van het online plaatsen van informatie, worden ze niet voldoende geïnformeerd en hebben ze ook niet voldoende controle over de informatie die ze online plaatsen. Ga eens naar Justin.tv om te kijken wat je zelf vindt van mensen die hun hele leven in video online plaatsen, een fenomeen dat lifecasten genoemd wordt.

De homogenisering van de Internet-ervaring
Het missen van contextual cues noemt Lee Siegel in zijn boek “Against the machine: being human in the age of the electronic mob” de homogenisering van de Internet ervaring. Al onze interacties, of we nu een boek kopen, met vrienden praten of onderzoek doen naar Social Network Sites, vinden plaats via hetzelfde scherm en dezelfde interfaces (muis en toetsenbord). Hij gaat hier nog verder op door. De homogenisering van deze ervaring en het ontbreken van de eindredactie die er bij journals en kranten wel is, zorgt er volgens hem voor dat de hele Internetcultuur draait om ?ik? en het enige doel is zo populair mogelijk te zijn. Lee Siegel is bang dat hoogwaardige cultuur, die zich vaak in niches bevindt, ten onder gaat omdat het niet hoog scoort op de meter van populariteit. Hoewel ik het doemscenario van Lee Siegel niet helemaal geloof, toont hij wel aan dat informatie niet alleen op populariteit moet worden beoordeeld en klakkeloos moet worden overgenomen, maar dat je goed moet nadenken voordat je iets overneemt of online plaatst.

Daarnaast worden we door websites onvoldoende geïnformeerd over wat er met onze informatie kan gebeuren. Probeer maar eens de privacy policy (of een van de tien andere policies) van Facebook te lezen. Die vertelt me dat Facebook al mijn informatie mag gebruiken om te verschaffen aan derden zonder mij daarbij identificeerbaar te maken. Facebook denkt dat ‘We believe this benefits you’. Welke informatie wordt er dan precies aan wie verschaft? Wordt er voor betaald? Misschien wil ik wel dat Heineken weet dat ik van een biertje houdt, maar liever niet dat mijn zorgverzekeraar dat weet.

Te weinig controle over onze informatie
Het laatste punt van professor Solove is dat we onvoldoende of geen controle hebben over de informatie die we online plaatsen. Een goed voorbeeld hiervan is dat het onmogelijk is om jouw zoekgeschiedenis bij Google in te zien of te wijzigen. Misschien heeft iemand anders wel op jouw PC gezocht naar zaken waar jij niet mee geïdentificeerd wilt worden en wil je niet dat Google dit opneemt in jouw profiel. Hoe kunnen we er voor zorgen dat je een beter gevoel krijgt voor wat je wel en niet online kan plaatsen? Ik stel voor dat je bij alles wat je online plaats afvraagt of je in het echt ook aan een groot publiek bekend zou maken. Zou de schrijver van een goed gelezen weblog met 5000 lezers zijn posts ook voor een zaal van 5000 man voordragen? Zou jouw vriend, die de krabbel op je Hyves achterliet, dit ook aan al jouw 180 andere vrienden vertellen als hij ze in het echt zag? Zou dat meisje die 15 bikini’s in 5 minuten past op Justin.tv dit ook doen als er 300 mannen tegelijk zaten te kijken?

We missen een voorstelling van het online publiek waar we voor schrijven en iedere ervaring op het Internet vindt plaats via dezelfde laptop, scherm of toetsenbord. De verwachtingen van mensen doen geen recht aan wat er werkelijk gebeurd. Echter, we zijn geen Middeleeuwse misdadigers die geen keuze hebben om aan de schandpaal genageld te worden. We kunnen het publiek waarvoor we schrijven wel degelijk inschatten. We moeten leren ons online publiek in te schatten en hier zwakkere groepen over voorlichten om de gevaren van online publiceren aan te kunnen pakken.

  1. 1

    Ik vind dit vooral een buitengewoon goede ondersteuning van mijn stelling dat journalistiek een vak is voor mensen die onderzoeken, schiften en hun verantwoordelijkheid kennen. En dat je dat vak niet moet overlaten aan internetcowboys. Nee, daar bedoel in niet GC mee.

  2. 2

    @ 1
    De titel “journalist” geeft niet de garantie dat boodschappers ethisch te werk gaan. Geenstijl is opgezet door journalisten, toch vervagen de grenzen. Maar ook de gerenommeerde dagbladen behandelen internet anders dan de papieren krant. Internet draait om scoren en advertenties, het is niet een digitaal kopie van de krant.