Een nieuwe journalistiek

Joris LuyendijkVoor wie zijn uitstekende boek “Het zijn net mensen” nog niet heeft kunnen lezen kan nog altijd kijken naar de uitzending “Het Midden-Oosten gedecodeerd” van Tegenlicht. Daarin legt Luyendijk middels fragmenten haarfijn uit wat er allemaal mis is met het beeld van het Palestijns-Joods conflict dat wij via de media voorgeschoteld krijgen.

Zo zien we Arafat in beeld als “schreeuwende baardaap die slecht Engels spreekt” en daarnaast Sharon die in een keurig pak in een keurige studeerkamer uitlegt dat hij de situatie ook betreurt. De boodschap is snel duidelijk: de Palestijnen hebben geen idee hebben hoe je de media bespeelt, terwijl de Israeliërs dat als de beste kunnen. Feiten als dat voor elke gestorven Israeliër er drie Palestijnen de dood vinden vergeet men gewoon te melden. Luyendijk stelt dat hij en zijn collega’s “parachutejournalistiek” bedrijven. Ze vallen ergens binnen (altijd in het Israelische deel van het land) en krijgen beelden gestuurd die door persbureaus zijn gemaakt zonder dat de verslaggever daar bij was. Er is geen tijd om na te gaan wat er nu precies gebeurd is, want de uitzending begint al bijna. Een verslaggever zou dus eigenlijk op het acht uur journaal moeten vertellen dat hij het eigenlijk niet weet.

Omdat op basis van de beeldenstroom van de journalistiek ook belangrijke politieke beslissingen worden genomen, is het voor de democratie van het grootste belang dat de beeldvorming klopt. En daar twijfelt Luyendijk sterk aan.

We moeten realistischer gaan kijken naar wat nieuws eigenlijk is, alleen wie kan ons dat vertellen als de journalisten die ons vertellen hoe de wereld in elkaar zit, eigenlijk nooit eerlijk vertellen hoe ze zelf werken? Daar zou je eigenlijk veel meer verantwoording over moeten afleggen. Veel duidelijker maken waarom je kiest wat je kiest.

De beeldvorming klopt dus niet en wordt alleen beter als journalisten meer uitleg geven over hoe ze het doen. Helaas geeft hij ons geen aanwijzingen over hoe zo’n journalistiek dan zou kunnen werken. Mijn eerste gedachte was: waarom geen blog waarin de journaals en hun verslaggevers de keuzes uitleggen? En: waarom komt Luyendijk zelf niet op zo’n voor de hand liggend idee? Maar ja, hij heeft drie jaar gewerkt om zijn inmiddels goedverkopende, bejubelde boek te schrijven, dus ik vermoed dat hij eerder tot dezelfde conclusie kwam als ik nu: daar is geen markt voor.

  1. 1

    Props voor Luyendijk, een journalist die kritisch durft te zijn over zijn eigen beroepsgroep, zijn eigen collega’s. En hij heeft helemaal gelijk. De journalistiek is toe aan een kwaliteitsimpuls, eigenlijk niets minder dan een revolutie.

  2. 2

    Bijzonder goede uitzending van Tegenlicht was dat! Ik had dezelfde gedachte als jij TT: waarom geen blogs? Volgens mij is dat wel degelijk de toekomst. Je ziet nu al dat veel (jonge)mensen hun eigen nieuws construeren door naar veel verschillende bevooroordeelde media te kijken/te lezen waarbij ze tegelijkertijd het perspectief van desbetreffende blog/zender/krant in het achterhoofd houden.

    Ikzelf kijk ook vaak naar Foxnews, Indymedia en ik lees Geenstijl ook wel eens. Op die manier is de ‘objectieve’ werkelijkheid misschien beter te benaderen dan door het kijken naar een enkele ‘onbevooroordeelde’ mediabron.

    Misschien wat naief, maar ik denk dat dit in de toekomst alleen maar zal toenemen.

  3. 4

    @1: Goede journalistiek kost geld, en dat is er niet. Hoe zou die kwaliteitsrevolutie eruit moeten zien, zeker gelet op het feit dat de consument van journalistiek daar helemaal niet op zit te wachten?

  4. 5

    @3: ja, wegens de beelden die hij naast elkaar zet is dit een prachtige aanvulling op zijn boek.

    @4: en dat is precies mijn punt. Het geld is er niet. Bv. Erdbrink probeert het wel, maar zolang de kranten en journaals het niet doen is het niet genoeg om de beeldvorming te veranderen. Zonder concrete initiatieven hebben we niks aan Luyendijk’s observaties.

    Ik verwacht meer van de burgerjournalistiek, dus bloggende Joden en Palestijnen die hun kijk op het conflict en hun dagelijkse leven uitleggen. “bezetting kun je niet in beeld brengen” verzucht Luyendijk steeds. Maar je kunt er heel goed over bloggen.

    Maar voor the bigger picture heb je betaalde journalisten nodig.

  5. 6

    Er ontstaat niet meer/betere kwaliteitsjournalistiek wanneer journalisten gaan bloggen. Ook vóór de uitvinding van bloggen was een felle lamp nodig om in de duisternis van de medianacht een uitblinker op te merken. (IF Stone in de jaren 50/60/70 van de vorige eeuw. HJA Hofland is niets toegankelijker sinds WWW is uitgevonden). Blogs vergemakkelijken het nieuws en vooral ‘what’s hot’ tot je te nemen, maar een kwaliteitsimpuls?? Goede informatie tot je nemen is net als goede informatie produceren hard werken.

  6. 7

    Waarom is bloggen niet geschikt? Dat geeft in elk geval de mogelijkheid tot verantwoorden waarover L. het steeds heeft. Zoiets als http://www.onzemaninteheran.nl en onze “eigen” bloggende buitenlandcorrespondenten Remco en Esther is daar toch al een aanzet toe?

    Of bedoel je dat dat geld kost. In dat geval ben je het dus met de strekking van mijn artikel eens?

  7. 8

    Bloggen is geschikt voor van alles; maar het is naiëf om te denken dat je de propaganda/spinning/nieuwsmarketing ontmaskert door buiten de 3 minuten soundbites in het Journaal je versie van de werkelijkheid in je blog te geven. Bij het Journaal bloggen de journalisten af en toe nu ook al.
    Remco en Esther verhogen zeker de kwaliteit van GC, maar of hun journalistiek werk kwalitatief beter wordt doordat ze een ander publiek erbij krijgen via dit blog kan ik niet beoordelen maar lijkt me niet.

  8. 10

    Nou, Palestijnen zijn al lang de lieveling van onze politiek correcte media.

    Zie op internet de studie van de verslaggeving van het Nos-journaal over de Gaza oorlog.

    Paul Brill – voormalig Volkskrant correspondent in Washington – zegt het zo:
    “De critici van Israel hebben al lang de overhand. De Palestijnse zaak komt in de media ruimschoots aan bod. Het valt me ook op dat Israelische woordvoerders op de televisie heel kritisch ondervraagd worden, terwijl de teksten van Palestijnse woordvoerders ongefilterd worden doorgegeven. De Palestijnse kant van de zaak wordt stukken uitgebreider belicht.”