Femke Halsema: De huidige politiek lijdt aan ADHD

Femke Halsema (Foto copyright Arnoud Boer)Eind september 2007 stond op GeenCommentaar.nl de Week van Democratie centraal. Op de site Wij Zijn De Baas organiseerde de gezamenlijke publieke omroepen tijdens die week een verkiezing van de beste verbetervoorstellen voor de democratie. Winnende voorstel was het pleidooi van Femke Halsema om naast een stem op een partij voortaan ook een voorkeur voor een coalitie uit te kunnen spreken. Aanleiding genoeg voor de redactie van GeenCommentaar.nl om haar te interviewen over democratie, de invloed van de media en het politieke jaar 2007.

Hieronder deel 2 van het interview.

GC: Hoe ziet u de invloed van de media op de democratie in Nederland?

Femke Halsema: De invloed van de media op de democratie in Nederland is de afgelopen jaren verveelvoudigd. Het heeft een groot effect, bijvoorbeeld omdat debatten live op televisie worden uitgezonden. De invloed van de media is ook merkbaar vanwege de vergrote aandacht voor het persoonlijke leven van politici. Kijk maar naar het voorbeeld van Depla in Nijmegen.

Femke Halsema (Foto copyright Arnoud Boer)In België is het volgens mij wettelijk geregeld dat ieder persoon de mogelijkheid krijgt om een weerwoord te schrijven als een krant feitelijke onjuistheden brengt over iemands levensloop of publieke handelen. Dit speelde in het geval van Paul Vanden Boeynants. De kranten in Vlaanderen vonden dat natuurlijk niet zo leuk, maar het bracht wel evenwicht in de berichtgeving. Ik kan me voorstellen dat we in Nederland ook dit wettelijk recht op weerwoord invoeren.

Je kunt overigens niet zeggen dat de invloed van de media op de politiek goed of slecht is. Het is een beetje van beide. Het is waar dat de politiek uit de ivoren toren is gekomen. Maar wie had een aantal jaren geleden kunnen bedenken dat Balkenende in een programma als ‘RTL-Boulevard’ zou optreden?

Ik vind het geen positieve ontwikkeling. Ik constateer dat de autoriteit van de Nederlandse politiek door deze ontwikkelingen minder groot is geworden. Hiervoor is helaas niet iets anders voor in de plaats gekomen, iets dat zorgt voor een natuurlijk evenwicht. Het gevolg is een soort van ‘peilingendemocratie’. Politici zijn banger geworden voor hun kiezers: er is eerder géén kloof dan een te grote kloof. En dat er géén kloof is, vind ik net zo onwenselijk als een te grote kloof.

GC: Wat zouden politici volgens u dan moeten doen?

FH: Politici moeten niet nerveus zijn, maar authentiek blijven. Het gaat er ook om een eigen koers te kiezen en daar trouw aan te blijven. Uiteraard moeten politici ook in contact blijven met gewone burgers. De huidige politiek lijdt echter aan ADHD. Iedereen springt op het onderwerp dat voor de meeste aandacht zorgt. De invloed van de media versterkt dit nog eens. Je zag het ook bij de laatste parlementsverkiezingen. De enorme aandacht voor bepaalde partijen vanwege hun positie in de peilingen zorgden voor een ‘bandwagon-effect’. Kiezers sluiten zich graag aan bij de partij die het goed lijkt te gaan doen. Partijen die gunstig stonden in de peilingen kregen daardoor extra wind in de zeilen door de media. Dit beïnvloedde daarmee ook de uitslag van de parlementsverkiezingen.

GC: Hoe ziet u de invloed van het internet op democratie?

FH: Zeer positief. Zoals ik al zei heeft het internet een drempelverlagend effect. Dit heeft goed en minder goede kanten. Het voordeel is bijvoorbeeld dat mensen makkelijker bij informatie kunnen komen. Meer mensen kunnen meedoen aan het publieke debat. Tegelijkertijd heeft internet ook nadelige kanten.

Ik heb niks tegen sites als GeenStijl, maar het niveau van discussiëren is niet altijd om over naar huis te schrijven. Daarnaast is er een hoog gehalte aan vrouwonvriendelijkheid op dit type sites, waar mensen veelal anoniem reageren. Het lijkt vooral een stelletje puberjongetjes die hun mening spuien. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen.

GC: Hoe kijkt u tegen de media in Nederland aan?

FH: Er is te weinig intern debat in de Nederlandse media. De media hebben geen idee van hun eigen invloed. Ze verschuilen zich achter de slogan ‘Wij registreren alleen maar.’ De Nederlandse journalisten kijken niet kritisch naar zichzelf en weten niet hoe de journalistiek als geheel functioneert.

GC: De publieke omroep kijkt wel naar zichzelf, in een onderzoek of ze ‘te links’ zijn. Wat vindt u daar dan van?

FH: Modieus angstgedoe! Het is een gebrek aan zelfvertrouwen. En wat de journalistiek in algemeen betreft, zou ik een quote van Hans Hillen willen aanhalen: ‘De pers is net als wc-papier. Het doet een beetje pijn, maar het wordt wel schoon.’

Deel 1 van het interview met Halsema’s visie op de democratiseringsvoorstellen (van de week v/d democratie) vindt u hier. Het derde deel van het interview vindt u hier.