Halsema's hyperconsumptie, haast en hufterigheid
10:41 GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers, dit kunnen stukjes zijn die we (uiteraard met toestemming) overnemen van andere weblogs, of die via onze mail binnenkomen. Hieronder een stuk van Simon Otjes. Het verscheen eerder op zijn eigen weblog.

Ik weet nu hoe Leo Platvoet zich gevoeld moet hebben. Jarenlang steun je een politieke partij en politiek leider waarvan je denkt dat ze dezelfde idealen delen. Maar dan blijkt de partijleider plotseling de ideologische bakens verzet te hebben, een nieuwe koers hebben ingezet. Ik ben een overtuigd liberaal en daarom lid van GroenLinks, immers "de laatste links-liberale partij van Nederland". Dan brengt Halsema "plotseling" een essay uit, waarin zij een utilitische koers kiest. Al mijn liberale haren gaan overeind staan.
Ik wil de komende tijd Femke Halsema's Geluk doornemen op mijn blog. Mijn eigen mening over het essay is gemengd: voor het utilistische uitgangspunt ben ik allergisch, maar veel van haar praktische voorstellen deel ik. Ik wil hier laten zien dat de utilistische uitgangspunten dan ook niet passen bij de (liberale) praktische voorstellen.
Utilisme is een theorie voor politieke en individueel handelen. Het stelt een hele simpele regel centraal: probeer met je handelen het totale geluk van de samenleving te vergroten. Het goed dat deze theorie centraal staat is geluk, dat moet gemaximaliseerd worden. Bij het utilisme gaat het om de uitkomsten van handelingen en niet om de bijvoorbeeld de intentie. De juistheid van een handeling wordt bepaald op basis van de hoeveelheid geluk die hij tot gevolg heeft.
Halsema is een utilist
Halsema toont zich in haar boek duidelijk een utilist. De centrale stelling in het eerste deel is dat wij niet gelukkig worden van (hyper)consumptie. We schaffen van alles aan omdat we denken dat we daar gelukkig van worden. Of we kopen marktproducten om onze individualiteit daarmee uit te drukken. Of om onze buren te imponeren met onze luxeproducten. Maar het geluk van onze aankopen is vaak kortstondig. We verlangen al snel naar iets nieuws. Of we komen erachter dat iedereen door dezelfde marketingcampagne met dezelfde kleren zijn individualiteit probeert uit te drukken. Of onze buurman koopt weer iets mooiers, zodat we eroverheen moeten. Kortom: van consumptie worden we eigenlijk niet gelukkig.
Sterker nog stelt Halsema, een hyperconsumptieve samenleving, als bijvoorbeeld de Amerikaanse waar iedereen om daar gelukkig van te worden goedgemarkete statussymbolen koopt op lening, is instabiel en brengt de welvaart en daarmee het geluk in gevaar. Daar komen haast en hufterigheid nog boven op. Er zit volgens Halsema "een grote paradox verborgen in onze moderne Westerse economie en samenleving. We jagen op economische groei, materiële welvaart en luxe, omdat we denken en hopen er gelukkiger van te worden. Tegelijkertijd vormen de bijbehorende verschijnselen van competitie, sociaal conflict en schaarste, stress en hufterigheid een serieuze bedreiging van ons geluk." (Halsema, 2008:67)
Halsema stelt een alternatieve samenleving tegenover de huidige hypercon-sumptiesamenleving. Een samenleving waarin niet welvaart maar welzijn centraal staat. In zo'n samenleving zijn de inkomens gelijkmatiger verdeeld, leveren we economische groei in om een rustigere, groenere, fijnere samenleving te hebben, en belasten we private rijkdom meer om publieke armoede te bestrijden.
Halsema's kritiek op de huidige samenleving is een interne kritiek vanuit het utilisme. We streven op het moment door consumptie geluk na, maar diezelfde consumptiedrang brengt ons geluk in gevaar. Laten we daarom in onze samenleving geluk centraal stellen zodat we echt gelukkig worden. De kritiek is intern omdat Halsema het doel deelt: we moeten gelukkig worden.
LIberale kritiek
Ik deel Halsema's doel niet. Ik ben geen utilist, maar een liberaal. -Deels geïnspireerd door Halsema zelf- heb ik mij laten inspireren door liberale denkers als Rawls, Dworkin en Van Parijs. Allemaal geen vrienden van het utilisme. En met goede reden. Het levert een aantal contra-intuïtieve voorstellen op. Een aantal daarvan is opgenomen in Anarchy, State and Utopia van de rechtse liberaal Nozick.
Bijvoorbeeld: als iemand nou heel gelukkig wordt als hij iedereen in zijn omgeving een beetje ongelukkig zou maken? Als zo het totale geluk stijgt, zou een consequent utilist hem zijn gang laten gaan. Halsema schrikt echter weg van iemand als Terror Jaap, die best voor een miljoen euro wat kots naar een schoonmaakster wil gooien. Halsema ziet een beperktere rol voor de staat. Zij heeft niet de "illusie dat overheid en politiek mensen gelukkig kunnen maken. Politici kunnen gezinnen niet redden, huwelijken niet lijmen en andermans kinderen niet opvoeden" (Halsema, 2008:67-68). Maar als we de overheid grotere macht geven kan ze wel het geluk maximaliseren: de overheid kan LSD in het water stoppen of drugs vrijelijk verspreiden zoals in een Brave New World. Dat zou sterk bijdragen aan het geluk van iedereen. Halsema schikt echter weg van een echte utilistische overheid die geluk echt maximaliseert.
Dat duidt erop dat andere goederen zoals vrijheid, gelijkheid en burgerrechten veel belangrijker zijn dan geluk waar het gaat om ingrijpen van de overheid. De (liberale) opvatting van de overheid die Halsema voorstaat en haar utilistische cultuurkritiek zijn lastig met elkaar te verenigen. Halsema zet niet door in de consequenties van haar utilistische cultuurkritiek. Een consequente liberaal had een andere kritiek gehad op de hyperconsumptiesamenleving: over hoe die keuzevrijheid beperkt, middelen ongelijk verdeelt en het schadeprincipe schendt.





Het motto van zijn weblog is Geen vrijheid zonder gelijkheid. In de stukken over Halsema legt hij uit dat een betere, meer gelijke materiële verdeling, veel consequenter moet worden toegepast.
Bedoelt hij het "geen gezeik, iedereen rijk", van Van Kooten en De Bie?
Een principe dat inderdaad eens tot in de uiterste consequenties zou moeten worden ingevoerd.
Of dat dan ook tot geluk of welzijn voor iedereen zal leiden, weten we niet, want een gelijke verdeling kennen we al zo heel lang niet meer.
De moeite van het proberen dus waard?
Maar zelfs al zou de materiële welvaart gelijkelijk verdeeld zijn, zou het dan afgelopen zijn met morele discussies over normen, waarden, vrijheden, hufterigheid, enzovoort?