De massa heeft de wijsheid toch echt niet in pacht
11:01 GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Ditmaal voor Will Tiemeijer, onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Onlangs verscheen zijn boek 'Wat 93,7 procent van de Nederlanders moet weten over opiniepielingen'.

Nederland doet enthousiast over de ‘wiki-democratie’: de massa weet het altijd beter. Een misvatting. Juist in de politiek schuilt hierin een groot gevaar. Er is een nieuw argument in de strijd tegen de politieke elite dat snel aan populariteit wint: ‘de wijsheid van de massa’. Met deze kreet wordt gedoeld op een verbazingwekkend fenomeen: vraag een groot aantal mensen om een schatting te maken van hoeveel bonen er in een pot zitten, en zie: het gemiddelde van al deze schattingen blijkt dichter bij het juiste aantal te liggen dan elk van de afzonderlijke schattingen. Ook in andere situaties, bijvoorbeeld de aandelenhandel, is de groep als geheel slimmer dan de afzonderlijke leden.
Dus hoezo, de massa is dom? Het is niet meer nodig dat mensen kennis van zaken hebben. Tel alle meningen bij elkaar op en er komt vanzelf een wijs besluit uit. Is dat niet het ultieme argument voor meer democratie? De elite is ten onrechte bang voor de mening van de massa.
The wisdom of the crowds
Het enthousiasme voor dit nieuwe inzicht begon met het boek ‘The wisdom of the crowds’ van James Surowiecki uit 2004. Vervolgens werd het naar Nederland geïmporteerd door mensen als politicoloog Herman van Gunsteren en opiniepeiler Maurice de Hond, en nu wordt het genoemd als argument voor de directe ‘wiki-democratie’ zoals Rita Verdonk die voorstaat.
Het klinkt haast te mooi om waar te zijn: gooi alle meningen van burgers in een hoge hoed en er rolt vanzelf een wijs besluit uit. Welnu, het is ook niet waar. Allereerst werkt het mechanisme alleen onder zeer specifieke omstandigheden. Zo mogen de groepsleden zich bijvoorbeeld niet laten beïnvloeden door de opinie van anderen, maar moeten ze op hun eigen waarneming afgaan. Deze eis tot ongevoeligheid voor andermans mening lijkt me in een democratie niet reëel en ook niet wenselijk. In een democratie draait het toch juist om debat en overtuiging?
In de hele redenering wordt voorbijgegaan aan het belang van correcte informatie. Aan een pot met bonen, kunnen mensen zélf zien hoe groot de pot is en tot hoever die is gevuld. Hoe anders is dit in een democratie. Je zou een grootschalige democratie kunnen vergelijken met een situatie waarin niemand de pot bonen met eigen ogen kan waarnemen. Burgers moeten afgaan op wat politici en – al dan niet – deskundige specialisten in de media beweren over die pot. Die hebben uiteraard elk hun eigen perspectief op de zaak en hun eigen belangen. Dus de één roept ’100 bonen’, de tweede roept ‘300 bonen’, de derde beweert dat in de pot geen bonen maar augurken zitten, en de vierde dat die hele pot niet bestaat. Wat is nu waar? Wie te geloven? Als veel mensen voor hun oordeel uitgaan van verkeerde ‘informatie’ over die onzichtbare pot en zijn inhoud, zal het gemiddelde van hun schatting er lelijk naast zitten.

Het argument van de wijsheid van groepen is overigens niet nieuw. Het gaat terug op het zogenaamde jurytheorema van Condorcet, dat al in 1785 werd geformuleerd. Dit theorema stelt – simpel samengevat – dat groepen wijzer zijn dan hun afzonderlijke leden, mits de gemiddelde kans dat ieder lid van de groep het correct ziet groter is dan de kans dat hij het verkeerd ziet. Wanneer de gemiddelde kans dat elk lid van de groep het correct ziet kleiner is dan de kans dat hij het verkeerd ziet, werkt het andersom. Dan is de totale groep juist dommer dan zijn afzonderlijke leden.
Een illusie
Kortom, als het gaat om democratie, is het mechanisme van de wijze massa zoals beschreven door Surowiecki in veel gevallen een illusie. Een aantal aardige voorbeelden over potten met bonen en aanverwanten, wordt ten onrechte doorgetrokken naar de oneindig ingewikkelder wereld van de democratie.
In andere situaties zouden mensen nooit zo achteloos met deskundigheid omgaan. Als u een harttransplantatie moet ondergaan, wie hebt u dan liever dat bepaalt hoe de operatie moet verlopen? Een ervaren chirurg of een groep van duizend willekeurige burgers?
Natuurlijk hebben politici en wetenschappers het niet altijd bij het juiste eind. Maar om daarom met een beroep op een veronderstelde ‘wijsheid van de massa’ het belang van inhoudelijke kennis geheel weg te relativeren, is een postmoderne dwaling die ons alleen maar van de wal in de sloot helpt. Waar we meer aan hebben, is een wijze omgang met kennis en deskundigheid, waarin de gulden middenweg wordt gevonden tussen kritiekloos volgen van ‘de elite’ enerzijds en kritiekloos volgen van ‘de massa’ anderzijds.





Als je dat niet weet is je gok niks waard.
Het lijkt wel een beetje alsof er nu twee soorten mensen zijn in Nederland die de politieke kalender bepalen. De ene helft die gelooft dat er geen steen in de pot zit en blind gaat op een politicus, en de andere helft die denkt dat er alleen maar stenen in de pot zitten.